Since Mu got sick

Door: Maarten Buser

Tijdens de eerste keer ‘Get Out of the Car’ leek het liedje eigenlijk een intermezzo te worden: geen drums (opvallend voor een hiphopnummer), en erg kleingehouden vergeleken met de rest van de plaat. Maar dan rapt Aesop Rock ergens in het midden van het nummer ‘it’s all been a blur since Mu got sick’. Bam, dat kwam aan, en dat doet het nog steeds. Opeens blijk ik naar het sleutelnummer van de plaat te luisteren.

Wie Aesop Rock langer volgt weet wie ‘Mu’ is: rapper/producer Camu Tao die op dertigjarige leeftijd overleed aan kanker. Hij was een goede vriend van Aesop Rock, die diens overlijden meerdere keren aanhaalt in zijn nummers op zijn album The Impossible Kid (2016) – verderop op de plaat heeft hij het zelfs over ‘a cancer in your bestie’. Een muzikant die over een overleden vriend zingt of rapt, – hoe vervelend ook voor hem of haar – wereldschokkend is het niet. Het is vaker gedaan. Maar hier gaat het om Aesop Rock: de man die enorme lappen tekst rapt die grotendeels lastig te begrijpen zijn, maar wel aankomen – hij wordt ook geregeld met James Joyce vergeleken. Zijn grootste mainstreambekendheid dankt Aesop Rock waarschijnlijk ook aan een opvallend wetenschappelijk onderzoek, waaruit is gebleken dat hij de rapper met het grootste vocabulaire is (en qua woordenschat Shakespeare achter zich kan laten). In de hitlijsten vind je hem niet. Zijn bekendste nummer ‘None Shall Pass’ (2007) komt dichtbij iets dat je een bescheiden hit kunt noemen, maar heeft alsnog een bizarre tekst die zich moeilijk laat doorgronden. De beginregels geven al een goede indruk:

Flash that buttery gold, jittery zeitgeist

Wither by the watering hole, what a patrol

What are we to Heart Huckabee, art fuckery suddenly

Not enough young in his lung for the water wings

Colorfully vulgar poacher, out of mulch

Like, ‘I’ma pull the pulse out a soldier and bolt’

James Joyce van de hiphop of niet: Aesop Rock luisteren geeft me vaak een vergelijkbaar gevoel dat ik krijg als ik naar Eminem luister die in zijn beste nummers schijnbaar eindeloze rijmvondsten en scherpe opmerkingen aan elkaar rijgt. Dat zorgt voor een stuwend ritme; niet (zozeer) door de beat, maar door de raps zelf. Aesop Rock heeft ook zulke gouden momenten waarop mijn verbazing niet zozeer te maken heeft met punchlines en rijmvaardigheden, maar juist met welk opvallend beeld hij nu weer aan komt zetten; welk ongebruikelijke woord hij nu weer doodleuk gebruikt. Toch wringt die stijl ergens. Aesop Rock kan ontoegankelijk en zelfs een beetje vermoeiend uit de hoek komen – een nieuwe plaat van hem doorgronden kost de nodige luisterbeurten. Maar wat ik vervelender vind is dat zijn teksten soms iets heel vluchtigs hebben: een imposante stapel van bizarre vondsten, die niet per se tot iets écht substantieels leiden.

En toen overleed Camu Tao, in 2008. Hij en Aesop Rock waren verbonden aan het Definitive Jux-platenlabel, dat faam vergaarde met een vorm van hiphop die als ‘abstracte hiphop’ of zelfs ‘avant-hop’ wordt omschreven. De muziek was vaak sciencefictionachtig, met complexe beats en teksten die naar ongeveer alles tussen klassieke gangstarap en Star Trek verwijzen. Labelbaas EL-P is waarschijnlijk de bekendste artiest van het label: hij brak tussen 2014 en 2015 naar een breder publiek door als onderdeel van het duo Run the Jewels. Def Jux, zoals het label onofficieel bekend staat, stond toen al on hold. Zelf bracht hij op Fat Possum C4C (2012) uit, dat tekstueel werd beheerst door de voor hem kenmerkende paranoia – een van de nummers heet ook ‘Drones Over BKLYN’ – maar ook meerdere keren verwees naar Tao’s overlijden. Aesop Rock bracht in hetzelfde jaar Skelethon uit, en was inmiddels zelf naar Rhymesayers verhuisd: een ander mooi, onafhankelijk platenlabel dat onder hiphopliefhebbers een zeer goede naam heeft. Deze stap was logisch en toch opmerkelijk: het label wordt namelijk sterk geassocieerd met vlaggenschip Atmosphere, een duo – rapper Slug en producer Ant – dat bekendstaat om haar openhartige muziek. Slug behandelt op openhartige wijze onderwerpen als het vaderschap, zijn vroegere alcoholisme en de dood van vrienden. Hoewel hij en Aesop Rock geregeld samen hebben gewerkt, zou je denken dat ze toch ver uit elkaar liggen.

Cover SkelethonSkelethon bleek echter voor Aesop Rock-begrippen een vrij openhartige plaat te zijn. Er is genoeg dat niet te begrijpen valt, maar geregeld schemeren er emotionele bekentenissen door. Tussen de waanzin van ‘Cycles to Gehenna’ bijvoorbeeld – voor zover ik het kan volgen een soort Mad Max, maar dan op motors – valt opeens de zin ‘Here is how a great escape goes / when you can’t take your dead friends’ names out your phone’. Door alle wilde, soms erg abstracte formuleringen heen breekt opeens een zeer persoonlijke betekenis door, en dat maakt indruk. Stel je voor dat Jackson Pollock onverwacht in een hoekje van een van zijn abstracte, wilde drip paintings realistisch een stervende vriend heeft geschilderd.

Op The Impossible Kid werkt Aesop Rock een ander belangrijk thema op al voorzichtig uit: zijn onhebbelijkheden en moeizame relaties. Die komen vooral in afsluiter ‘Gopher Guts’ aan bod: ‘I have been completely unable to maintain / any semblance of relationship on any level / I have been a bastard to the people who have / actively attempted to deliver me from peril’. Het aantal concrete gevallen van moeizame relaties waar hij naar verwijst, is tegelijkertijd niet groot; hij noemt bijvoorbeeld zijn recente scheiding, maar doet dat vrij terloops. In een typische brij van woorden en beelden laat hij vallen: ‘To Mom “It’s me, I accidentally sawed a woman in half”’. Op The Impossible Kid is hij veel directer: zo rapt hij over de getroebleerde band met zijn familie, of zijn antisociale trekken: ‘Party over here? I’ll be over there’. Je zou de hele plaat kunnen beluisteren als extended version van ‘Gopher Guts’.

Zoiets zou een loodzware plaat opleveren, als Aesop Rock zijn gevoel voor humor niet had gehad. Hij neemt zichzelf op de hak, in humoristische oneliners. Opvallend genoeg wint de zelfspot van deze atypische rapper aan kracht als je die tegenover traditionelere aspecten van hiphop zet – denk bijvoorbeeld aan rap battles waarin de ene rapper op humoristische wijze opschept over zichzelf en de ander afserveert. Dat doet Aesop Rock dus precies níét; hij dist zichzelf geregeld op The Impossible Kid. Zo kijkt de verse veertiger jaloers naar millennials: ‘My mind’s fucking blown / The future is amazing, I feel so fucking old / I bet you clone your pets and ride a hover-board to work’.

Het leukst is misschien wel het tragikomische ‘Shrunk’, waarin de verteller zijn therapeut dwarszit met ontwijkende antwoorden: ‘My first name is a random set of numbers and letters / and other alphanumerics that changes hourly forever / My last name, a thousand vowels fading down a sinkhole’. Maar het wordt nog mooier – en intrigerender – als Aesop Rock zijn eigen breedsprakerige stijl op de hak neemt in wat lijkt op een dialoog tussen de ‘ik’ en zijn therapeut:

‘Every time my telephone buzzes

I see images of hooded riders setting fire to hundreds’

She said, ‘When you start getting all expressive and symbolic

it’s impossible to actualize an honest diagnostic’

Het is heel verleidelijk om dit fragment te interpreteren als een samenvatting van de teksten van zijn vorige albums als pogingen om ergens langs te lullen. Aesop Rock heeft nog altijd iets indirects. Hoewel hij bijvoorbeeld niet vies is van teksten rond één thema of onderwerp, gaat geen van de nummers ‘alleen’ over Camu Tao – al komt ‘Get Out of the Car’ in de buurt. Het andere belangrijke onderwerp van het nummer zijn Aesop Rocks eigen problemen, die duidelijk gekoppeld worden aan Tao’s overlijden. Het is bovendien óók het liedje waaraan de hele plaat zijn titel dankt: ‘Watch the Impossible Kid / Everything that he touch turns promptly to shit’. Daarmee bedoelt Aesop Rock zichzelf, zoals hij zichzelf eerder op de plaat beschreef als de ‘anti-Midas’.

Cover Aesop RockTao’s aanwezigheid zit in de korte verwijzingen naar zijn dood, die me het gevoel geven dat hij overal op kan duiken op het album. Maar zijn overlijden is ook een soort olievlek die zich ruitspreid. Neem alleen al de nummers direct vóór en na ‘Get Out of the Car’: respectievelijk ‘Blood Sandwich’, over de (verstoorde) relatie tussen Aesop Rock en zijn familie, en het bezoek aan de therapeut van ‘Shrunk’. Tao is de andere Impossible Kid, die door zijn dood letterlijk onmogelijk is geworden, en een spiegelfiguur voor de hem overlevende Aesop Rock. Want daar gaat ‘Get Out of the Car’ nog het meest over: je demonen onder ogen zien, doorgaan, je leven beteren. Dat zijn geen vreemde emoties na het overlijden van een dierbare, noch ongebruikelijke onderwerpen in de kunsten, maar ik heb ze zelden zo indrukwekkend verwoord zien worden als op The Impossible Kid.


Maarten Buser (1991) studeerde Nederlandse taal en cultuur, en letterkunde. Hij schrijft voor verschillende media over poëzie, kunst en popmuziek. Gedichten en essays van hem werden gepubliceerd in onder meer Het Liegend Konijn, De Revisor en Liter. In januari 2016 verscheen zijn eerste gedichtenbundel Club Brancuzzi bij uitgeverij Koppernik.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s