Ongemakkelijk gniffelen

Door: Laurie de Zwart

Het debuut Woensdag (2016) van Mathijs Duyck belooft een ode aan het vertellen en aan Vlaams ongemak. In de epiloog zien we de dreiging van een parachutesprong met  een dodelijke afloop (een ongeluk of opzet?) voor twee leden van een vriendengroep. De dood van het Fred en Marjan laat hun vriendengroep beduusd achter. In de roman lezen we fragmenten van de omgeving waarin de twee jonge slachtoffers samen opgroeiden, en wat volgt wordt gelezen in het licht van dit geïmpliceerde drama.

Duyck promoveerde in Gent op de Italiaanse schrijver Carlo Emilio Gadda, deed een postdoc in Bologna en geeft nu Nederlands aan anderstaligen. De taal ligt hem na aan het hart, zo merk je ook tijdens het lezen: ‘Steeds meer mensen voelden zich aangevallen wanneer je ze attent maakte op het correcte gebruik van de taal. Wie verzorgt schreef en sprak, was verdagt, voelde zich beter dan de rest en wilde zich gewoon laten gelden.’ Het nieuwe normaal is compulsief fouten maken, omdat dat de imperfectie van onze wereld vergoelijkt.

Het ironische taalgebruik van Duyck komt vooral tot uitdrukking via het personage Hans, die tot ergernis van zijn vrienden en zijn vriendin vooral comedy maakt. Met zijn show wil hij zijn publiek raken, een verhaal vertellen, het publiek meeslepen en van begin tot eind boeien. Daarmee worstelt hij, vertelt hij op een avond waarop de vriendengroep samen het nieuwe jaar inluidt bij een van de groepsleden thuis. Op de dinertjes wordt er met voldoende alcohol achter de kiezen ook nog wat af gefilosofeerd. Over authenticiteit bijvoorbeeld, wanneer Hans het over zijn show heeft: ‘De wereld is een toneel in een toneel in een toneel enzovoorts. En de beste acteurs, dat is bekend, zijn mensen die niet weten dat ze acteren.’ Hans overschreeuwt op deze manier het idee dat de vrienden elkaar eigenlijk nog maar weinig te vertellen hebben. Door het hoogste woord te houden en zo nu en dan een slimme opmerking te maken, valt het niet zo op dat de rest moet zoeken naar woorden om de naderende hysterie van de gastvrouw in toom te houden.

Fred is een rijzende ster in de reclamewereld en hij staat daar onder grote druk om beter te presteren. ‘Hij deelde [zijn eiland] met Eddy en een inwisselbare stagiair of jonge starter, die geregeld ververst werd vanwege loonkosten of een zenuwinzinking.’ De druk zit hem in de onvoorspelbaarheid van de toekomst: ‘In dat opzicht waren ze een beetje als weermannen, die trendwatchers: vandaag de roerganger, morgen de pispaal van de druipnatte natie.’ Fred lijdt aan een hardnekkige depressie, waarvoor hij pillen heeft gekregen die op den duur niet meer werken en die de werkelijkheid voor hem in een zwarte waas hullen.

Op de eerste pagina van het boek geeft Duyck het doel van zijn roman al prijs: ‘Zin. Betekenis. Alles moeten we begrijpen. De wereld, de anderen, onszelf.’ Dat klinkt nogal ambitieus om in een bestek van amper 300 pagina’s voor elkaar te krijgen. Zijn stijl en stem zijn daarbij zijn grote krachten. De ironische terzijdes maken het ongemak  en de drukkende aanloop van een sprong in de afgrond dragelijk. Hij weet de spanningsboog goed vast te houden, en breekt haar op sommige momenten met oneliners als: ‘Geen bergen zonder dalen, geen staking zonder Walen.’

In het laatste deel van het verhaal speelt Hans zijn show op het podium. Hoewel de vriendengroep na het ongeluk uit elkaar gevallen is, heeft hij iedereen uitgenodigd en zitten de vrienden die onderdeel van het verhaal zijn in de zaal. Hij vertelt over de relatie met zijn ex-vriendin Freya, die bewonderend naar hem kijkt, en Robben, de vriend van Eva, nagelt hij publiekelijk aan de schandpaal. De structuren van de vriendengroep worden daar, voor de ogen van een paar honderd bezoekers, haarfijn blootgelegd. ‘Het spreekt voor zich dat elke gelijkenis met bestaande personen en gebeurtenissen op toeval berust. Alles, ook u, ook ik, berust namelijk op louter toeval.’ Dat lijkt niet bevredigend, maar uiteindelijk zien we steeds meer hoe waarachtig de voorstelling is, hoe Hans een grote gok neemt door zichzelf te spelen op dat podium en daarmee alle schroom overwint. Net als de vriendengroep, sluit hij de voorstelling af met het de fatale parachutesprong op het podium van de grote schouwburg, en de tragische dood van zijn vriend Fred en diens geliefde Marjan.

In Woensdag toont Mathijs Duyck een clichéwereld, die in de ironische reclamewereld een dankbaar decor vindt. De observaties, spitsvondigheden en beschrijvingen van ongemakkelijke relaties die de houdbaarheidsdatum eigenlijk al lang hebben overschreden, resulteren in een verhaal over een groep waarvan we weten dat de individuen niet zonder kleerscheuren achterblijven. De stijl biedt ons de ademruimte om het verhaal toch uit te lezen, ondanks de drukkende voorbode. Het grote incident Omslag Woensdagwordt uiteindelijk niet eens in woorden gevat en in contrast met het benoemen van alle andere zaken is dit weglaten extra sprekend. Een combinatie van blikken, voorvallen, woorden, en dat is de kracht van Woensdag van Mathijs Duyck: een ode aan het vertellen.

Mathijs Duyck – Woensdag
Uitgeverij Manteau
ISBN 9789460415197, € 12,99


Laurie de Zwart (1992) is afgestudeerd Cultuurwetenschapper en geïnteresseerd in de dynamiek van de creatieve industrie. Ze leest boeken, tijdschriften, muren en verkeersborden. Ook kijken, luisteren en voelen behoren tot haar bezigheden en ze deelt deze ervaringen graag met anderen. Lees hier meer van Laurie.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s