Turen door een caleidoscoop

Door: Leen Verheyen

Wie we zijn, hangt in grote mate samen met de verhalen die we over onszelf vertellen. In Menno van der Veens debuutroman Rimpelgeweld verknippen de personages elkaars verhalen om ze daarna opnieuw te construeren. Herinneringen worden verbeterd en er worden mooiere versies van verhalen gecreëerd. Bovendien wordt de lezer door de fragmentarische opzet van de roman ook zelf aan het puzzelen gezet.

Net zoals je bij het kijken door een caleidoscoop nieuwe vormen en patronen kan creëren door al draaiende allerlei kleine, gekleurde stukjes van plaats te veranderen, zo ook kan je aan je eigen verhalen nieuwe stukjes en nieuwe perspectieven toevoegen. Dat is de fascinerende les die hoofdpersonage Kink leert van een charismatische jonge vrouw genaamd Britten.  Samen met enkele anderen wijdt ze Kink in in de caleidoscopie:

Wij maken een caleidoscoop van onze levens. Wij delen herinneringen, we spuien onze verhalen en draaien net zolang tot er een beeld ontstaat dat ons bevalt. (p. 30)

De kleine groep mensen die Britten om zich heen verzameld heeft, zijn enkele dertigers met verschillende achtergronden. Sommigen kenden elkaar reeds voor Britten hen bij elkaar bracht en waren (ex-)geliefden of vage kennissen. Toch lijkt de groep een vreemd gezelschap van heel verschillende persoonlijkheden die onder impuls van Britten gaan samenleven als een ‘kleine vlucht vogels’. Mondjesmaat geven de personages stukjes van zichzelf bloot, waarna ze met elkaars verhalen aan de haal gaan. Versnipperde verhalen geven blijk van kleine tragedies en persoonlijke zoektochten om met de leegte van het leven om te gaan. Door verhalen met elkaar te combineren ontstaan allerhande absurditeiten die een tijdelijke vlucht uit de realiteit bieden, maar uiteindelijk blijkt het toch onmogelijk die realiteit volledig buiten te sluiten.

Net zoals de vijf hoofdpersonages, moet ook de lezer de caleidoscoop hanteren en een geheel proberen te construeren op basis van de stukjes tekst waaruit de roman bestaat. Korte tekstfragmenten, sommige niet langer dan een zin, geven zicht op verschillende verhaallijnen en perspectieven. De tekstfragmenten suggereren vaak meer dan ze expliciet ter sprake brengen, waardoor de lezer de ruimte gelaten wordt om leemtes op te vullen en zo een geheel eigen versie van het verhaal te creëren.

Ondanks dit fragmentarische karakter is Rimpelgeweld strak gecomponeerd. De opbouw van de roman volgt in grote lijnen het chronologische verloop van de eerste ontmoeting van Kink met Britten tot het uiteenvallen van de groep, maar tegelijkertijd wordt die chronologie voortdurend onderbroken door flashbacks of persoonlijke mijmeringen. Hierdoor krijgt het verhaal een tijdloos karakter, alsof de hoofdpersonages de tijd buitenspel hebben geplaatst.

Van der Veen heeft van Rimpelgeweld een meeslepende roman gemaakt. Dat heeft veel te maken met het feit dat het verhaal vanuit de ik-persoon verteld wordt en de vertelling zich rechtstreeks richt aan een jij-figuur. Wie deze jij-figuur precies is, verandert in de loop van de roman en bij momenten lijkt ook de lezer zelf de plaats van die jij-figuur te kunnen innemen. Zo wordt op een bepaald moment een jeugdherinnering van Aniëlle gevolgd door de opmerking:

Ik verwijt jou dat je nu meer begrip hebt voor Aniëlle. Wat je nu weet, was toen al gebeurd. (p.94)

Kink spreekt hier als verteller een bepaalde jij-figuur aan, maar daarnaast speelt van der Veen hier als schrijver een spel met de werking van de roman. De lezer merkt op zijn beurt dat hij of zij, door de plaatsing van dit bepaalde fragment binnen de context, inderdaad meer begrip ontwikkelt voor een personage waar hij of zij aanvankelijk misschien weinig sympathie voor opbracht. De roman wordt op die manier ontmaskerd als een constructie en ook de lezer zelf wordt zich bewuster van zijn of haar eigen activiteit.

Die leesactiviteit wordt bovendien sterk gestuurd door het ritme van de tekst. Als een terugkerend refrein worden bepaalde zinnen en uitdrukkingen in de loop van het verhaal herhaald. Deze herhalingen stuwen enerzijds de tekst vooruit, maar anderzijds dreigen deze soms als een uitleg bij een eerder suggestieve roman over te komen. Maar boven alles maakt de experimentele vorm van Rimpelgeweld een roman die een alternatief biedt op de traditionele vertelling. De lezer die hoopt door een literair werk te worden uitgedaagd, vind in Rimpelgeweld een roman die zich verzet tegen elke mogelijke eenduidige interpretatie en die zo al meteen na het dichtslaan vraagt om een herlezing.


Leen Verheyen is filosofe en schrijfster. Ze is als aspirant van het Fonds Wetenschappelijk Onderzoek – Vlaanderen verbonden aan het Centrum voor Europese Filosofie van de Universiteit Antwerpen waar ze onderzoek doet naar de manier waarop literaire fictie onze blik op de wereld vormgeeft. Daarnaast schrijft ze theaterteksten, poëzie en proza. Haar kortverhaal Sebastiaan werd opgenomen in de bloemlezing Print is dead. Nieuwe schrijvers uit Vlaanderen. Lees hier meer artikelen van haar hand.

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s